De ballroom waar velen romantiek beleefden

zo-waar-ut-vruuger-banner-diow-mc

Dansen op de klanken van orgelmuziek

Helmont: Zij die lang geleden met Abraham of Sara kennismaakten, herinneren zich nog de danszaal van de familie Bocken. Jongeren zullen zich tevreden moeten stellen met foto’s, omdat ze nooit meer in de gelegenheid zullen zijn dit plankier te betreden. De ballroom waar velen romantiek beleefden, is voltooid verleden tijd. De orgelman heeft dan wel plaatsgemaakt voor de diskjockey, maar men kan nog steeds van de orgelmuziek genieten.

Foto boven: Het Mortierorgel in een van Bocken’s danstenten, met op de voorgrond de gebroeders Bocken (Collectie Eef Moes).

De oorsprong van het draaiorgel ligt in Italië. Anselmo Gavioli, in Helmond een bekende naam, begon rond 1850 met de fabricage. Hij was zo succesvol, dat hij als de uitvinder van dit instrument wordt gezien. Er zijn meer befaamde

Anselmo Gavioli, kleinzoon van de oprichter van de Gavioli orgelfabriek, verwierf in 1892 patent op het boekorgel, een draaiorgel dat werkt met een orgelboek (Fotograaf onbekend).

Anselmo Gavioli, kleinzoon van de oprichter van de Gavioli orgelfabriek, verwierf in 1892 patent op het boekorgel, een draaiorgel dat werkt met een orgelboek (Fotograaf onbekend).

orgelbouwers zoals Ruth, Marenghi, Mortier en Gaudin, maar Gavioli is in deze branch altijd leidend geweest. Hij ontwikkelde automatisch spelende instrumenten. Samen met zijn zoon Ludovico werkte hij aan de evolutie van het draaiorgel. Essentieel is hun vinding van het aftastsysteem, waardoor muziekboeken van onbeperkte lengte gebruikt kunnen worden.

Bocken

In Helmond wordt de vroegere danszaal Bocken nog altijd geassocieerd met het draaiorgel. In de voormalige dansgelegenheid aan de Blinkertsestraat werd gedanst op orgelmuziek. Het was the place to be om feest te vieren. Bocken reisde met een danstent van kermis naar kermis en ook daar werd gedanst op de immer vrolijke orgelmuziek.

"The Helmondse Ballroom" Danszaal Bocken aan de Blinckertsestraat, hier omstreeks 1968 (Fotograaf onbekend).

“The Helmondse Ballroom” Danszaal Bocken aan de Blinckertsestraat, hier omstreeks 1968 (Fotograaf onbekend).

Het bedrijf ontstond in 1922 toen de oudste zoon Leonardus in Het Hemelrijk een akker met huis en erf kocht. Enige tijd later verwierf hij ook het belendende perceel. De panden werden verbouwd tot feest- en danszalen. In 1924 werd een Mortierorgel aangeschaft, dat zowel in de danszaal als op de kermis werd gebruikt. Vier jaar later werd een Gaudin verworven. Het was het grootste exemplaar dat deze orgelbouwer ooit vervaardigde en voorzien van instrumenten met een zuiver harmonische klank. Het werd alom bewonderd en zorgde voor veel (dans)plezier. Bocken bezat muziekboeken die werden gestoken door zoon Jan. Hij stak ouvertures, marsen en populaire muziek. Voor de Gaudin vervaardigde hij boeken met lichte en klassieke composities. Ze werden afgestemd op het fijne mechanisme van het muziekinstrument. Jan stelde er prijs op om muziek die vandaag uitkwam, morgen al op het orgel te hebben.

Muziekhal

Vanaf de jaren vijftig legde Bocken zich louter toe op de exploitatie van kermisattracties. De danszaal werd een pakhuis en de danstent omgevormd tot expositieruimte. De conditie van de orgels ging zienderogen achteruit, daarom wilde men ze kwijt. Er werd onderhandeld met een Amerikaan die de Gaudin wilde overnemen. Amerikanen zijn verzot op draaiorgels, daarom zijn er veel de oceaan overgegaan. Een groep liefhebbers ageerde tegen de voorgenomen verkoop en zette zich in voor het behoud van de kostbare instrumenten. Ze hoopten tenminste de verkoop van de Gaudin te kunnen voorkomen. In 1965 bundelden enkele actieve ondernemers hun krachten, samen bereikten ze dat de orgels voor de stad behouden bleven.

Het interieur met de galerijen van de vroegere danszaal van Bocken. Het grote Mortierorgel staat centraal opgesteld (Collectie Eef Moes).

Het interieur met de galerijen van de vroegere danszaal van Bocken. Het grote Mortierorgel staat centraal opgesteld (Collectie Eef Moes).

In 1971 werden zowel de Gaudin als de Mortier eigendom van de gemeente. De transactie kwam tot stand onder voorwaarde dat de orgels in de stad zouden blijven. Na een grondige restauratie zouden ze aan een stichting in bruikleen worden gegeven. Twee jaar later waren de orgels weer bespeelbaar. De conservatie was vooral een verdienste van burgemeester Geukers, een liefhebber van draaiorgels. De collectie werd uitgebreid met de Blauwe Trom, daarna volgde de Ruth en een tweede Gaudin. Voor het beheer werd de stichting Het Helmonds Draaiorgel in het leven geroepen. De orgels werden gehuisvest in de Helmondse Muziekhal die haar deuren in 1975 opende in de voormalige paterskerk. Omdat men zich wilde toeleggen op museale activiteiten werd in 1984 de naam van de muziekhal veranderd in het Helmonds Draaiorgelmuseum.

Gaviolizaal

In 1990 nam het museum zijn intrek in de nieuwe Gaviolozaal, die was aangepast voor exposities en concerten. In de attractieve ruimte stonden de Gaudin’s, de Ruth, de Mortier en de Blauwe Trom gebroederlijk naast elkaar alsof ze samen aan een nieuw leven waren begonnen. Naast de exclusieve orgels werden accordeons geëxposeerd van ontwerpers zoals Max-Meiler, Höhner en Scandali. De collectie gaf een beeld van de evolutie van de trekharmonica, die door de talrijke decoraties al een attractie op zich waren. Er was ook een tentoonstelling ingericht van grammofoons, pathefoons en fonografen, van ontwerpers met een befaamde reputatie zoals Edison, Pathé en Decca. Op verzoek werden nostalgische melodieën gedraaid op antieke platenspelers.

De zaal werd operationeel gehouden door een schare vrijwilligers en bezocht door een gemêleerd publiek. Vaak was zo’n bezoek een onderdeel van een plezierige dagtocht. Een rondgang, een dansje en een drankje waren de ingrediënten voor een gezellig dagje uit. Dat de Gaviolizaal een begrip is blijkt als sommigen er hun huwelijksfeest vieren op de klanken van orgelmuziek.

De Gaviolizaal aan de Tramstraat zal binnen afzienbare tijd tot het verleden behoren (Fotograaf onbekend).

De Gaviolizaal aan de Tramstraat zal binnen afzienbare tijd tot het verleden behoren (Fotograaf onbekend).

Ongewis

Helmond moet trots zijn op dit erfgoed en het koesteren als een kostbaar bezit. De collectie is immers fenomenaal en uniek in de wereld. Het orgelmuseum wordt echter met sluiting bedreigd. De Gaviolizaal moet wijken ten behoeve van stadsvernieuwing. Toch zegt de gemeente de orgels als een culturele erfenis te zien en als een middel om bezoekers aan de stad te binden. Niettemin blijft de sloop van de Gaviolizaal even dreigend als het zwaard van Damocles. Gelukkig wordt druk geijverd voor de instandhouding van de orgelcollectie.
Reageren op dit verhaal? Schrijf deze op het invulformulier wat helemaal onderaan op deze pagina staat. Zo kunnen ook de mensen die geen facebook hebben toch uw reactie lezen!

Verhaal: Hans Vogels Heemkundekring Helmont

Voor het cultuurhistorische erfgoed van Helmond bestaat steeds meer belangstelling. Toch dreigt veel cultuurgoed in de vorm van gebruiken, taal, gebouwen of historische voorwerpen, verloren te gaan. ‘Heemkundekring Helmont’ tracht dit erfgoed te bewaken en te bewaren voor de toekomst, zodat het ook voor latere generaties in stand gehouden wordt. Heemkundekring Helmont hoopt met de rubriek “Zo waar ut vruuger” niet alleen de belangstelling voor het erfgoed te bevorderen, maar ook het heemwerk extra onder de aandacht te brengen.

Zie meer uit deze rubriek en klik op de banner ▼

zo-waar-ut-vruuger-banner-diow-mc


 

 

 

1,355 totaal aantal vertoningen, 3 aantal vertoningen vandaag

Laat ook anderen weten wat er speelt in uw eigen wijk!

Dit is niet ok

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *