Gasthuizen: uit de rubriek ‘Zo waar ut vruuger’

Helmont-Het Elkerliek Ziekenhuis slaagde in 2005 voor een kwaliteitskeurmerk van het NIAZ en behaalde die indicatie enkele jaren later opnieuw. Hiermee toont het ziekenhuis aan dat het continue werkt aan een goede kwaliteit in de zorg. Aan het ziekenhuis zijn vier gasthuizen voorafgegaan, doch de ziekenzorg was in het verleden aanmerkelijk minder.

diow-zwuv-headerIn geval van ziekte of gebrek was men in de oudheid aangewezen op de steun van familie of de groep waarin men leefde. Pas in de middeleeuwen kwamen gasthuizen tot stand. Het waren instellingen ter ere van God, waar de lijdende mens werd opgenomen, verzorgd of verpleegd. Gasthuizen waren in die tijd leproos- en pesthuizen, maar ook oude mannen- vrouwen- of weeshuizen. De inrichtingen bevonden zich meestal bij de poort van een stad.

Foto boven: In 1902 werd het Antonius Gasthuis aan de Molenstraat in gebruik genomen. Deze foto uit het RHC, is van 1910.

zo-waar-ut-vruuger-gasthuis-antonius-via-diow03

De voorgevel van de maquette van het gasthuis in de Molenstraat die werd vervaardigd door Gerrit en Nellie van Neerven en tegenwoordig is te bezichtigen in de stadsgalerij in de Heistraat.

Al in de veertiende eeuw kende Helmond het Gasthuishof of Hospitale. Het stond in het gebied rond de Kam(p)straat en strekte zich achterwaarts uit in de richting van de Aa. Het werd ook wel Het Huysken of Het Huusken genoemd. Priester Arnoldus van Huuskene vermaakte zijn naast het gasthuis gelegen Huis ten Huusken aan de armen, vandaar dat men ook wel over het Huuskenshuis sprak. Het was een toevlucht voor misdeelden die de kost niet konden verdienen, voor weeskinderen, arme pelgrims en zwakzinnigen, doch in essentie voor het verplegen van zieken. De heelkunde stond in gering aanzien. Die was toevertrouwd aan barbiers die sneden in ontstekingen, aderlatingen en amputaties verrichtten en gebroken ledematen spalkten. De namen barbier, wondheler en chirurgijn waren toen vrijwel synoniem.
zo-waar-ut-vruuger-quote-gasthuizen

In 1439 werd het gasthuis verplaatst naar het Kloostereind (Binderseind), ter hoogte van de huidige Sint Willibrordstraat. Het wordt in archiefstukken als het Nieuwe Gasthuis aangeduid. Mogelijk is het ter voorkoming van besmetting ver van de toenmalige bebouwing gehouden. Het bestond uit twee panden die het grote en het kleine gasthuis werden genoemd. Het kleine werd bewoond door de gasthuismeesters. Het grote gebouw, met hoge ramen en enige bedsteden, was bestemd voor de verpleegden. Elk bed had een plank waarop behalve kommen en schotels, de onmisbare pot stond. In 1501 waren er elf bedsteden, twaalf paar lakens, vier koperen ketels, twee tafellakens, een hangijzer voor de haard, een kleerkast en een kastje, een klein kuipje, twee tafels en twee stoelen, drie banken en enkele kleine voorwerpen. Aan twee zieken in de stad was een bed met toebehoren uitgeleend. Uit een erfenis werden nog twee bedden, twee paar lakens, een wollen lap, twee kussens en een
stoel aan de inventaris toegevoegd. Het gasthuis had deze aanvulling hard nodig omdat de zieken op stro moesten liggen.

Het gasthuis was niet alleen bedoeld voor de verpleging van zieken, maar ook voor hulpverlening aan armlastigen en rondtrekkende soldaten. De verzorging werd wisselend aan echtparen overgelaten: ‘Een weerlycken man ende syne huysvrouwe ’t gasthuys ophoudende’. De man zorgde voor de mannelijke verpleegden, zijn eega voor de opgenomen vrouwen en meisjes. Rond 1700 verkeerde het gasthuis in een erbarmelijke staat. Het gebouw was zelfs gedeeltelijk ingestort. In 1724 werd het grote gasthuis afgebroken. Het kleine werd in 1755 publiekelijk verkocht.

zo-waar-ut-vruuger-gasthuis-antonius-via-diow04

Gedeelte van het Aloysius Gasthuis dat in 1838 werd gevestigd in het klooster aan de Markt (RHCe).

Meer dan honderd jaar was er in Helmond géén verpleeghuis. Door het stadsbestuur waren artsen aangesteld die zieken thuis bezochten en een salaris van de stad ontvingen. Als verpleging in eigen kring niet mogelijk was, werd de verzorging bij afmijning verkocht aan hen die bereid waren de verzorging, in eigen huis en tegen een geldelijke vergoeding, op zich te nemen. Zo werden de kosten zo laag mogelijk gehouden. In 1838 ontstond door toedoen van pastoor Beugels en de Zusters van Liefde, het Aloysius Gasthuis in een gedeelte van het klooster op de Markt. Een barak kon als extra ziekenzaal worden ingericht, maar was ontoereikend om het grote aantal patiënten te verplegen. De inrichting was geheel afhankelijk van giften en donaties. Ook na een financiële injectie bleef de situatie nijpend. Niettemin stond het gasthuis in aanzien. Een onderzoekscommissie betuigde haar tevredenheid over de frisse ziekenzalen. Allengs werd het voor chirurgen mogelijk om er operaties te verrichten. Met het toenemende aantal inwoners groeide het aantal patiënten en werd het gasthuis te klein. Pas in de twintigste eeuw kwam daar verandering in.

Rond 1900 werd tot de totstandkoming van een nieuw gasthuis besloten. Het initiatief werd door de Helmondse bevolking gesteund met een donatie van 50.000 gulden. In 1902 werd het Antonius Gasthuis aan de Molenstraat in gebruik genomen. Het was bestemd voor de verpleging van bejaarden en zieken, zonder onderscheid van godsdienst. De betere outillage kwam de patiënten zeer ten goede. Geleidelijk werden verbeteringen aangebracht waardoor het mogelijk werd zware ziektegevallen in de stad zelf te behandelen. In 1955 startte de bouw van het Lambertus Ziekenhuis dat twee jaar later in exploitatie kwam. Die naam werd na een fusie met het Deurnese Willibrordus Ziekenhuis, gewijzigd in Streekziekenhuis Helmond-Deurne en nadien in Elkerliek, hetgeen iedereen of alleman betekent. In 2010 werd het ziekenhuis opnieuw uitzonderlijk en gastvrij genoemd en recent werd het Keurmerk Seniorvriendelijk Ziekenhuis aan de erelijst toegevoegd.
Reageren op dit verhaal? Schrijf deze op het invulformulier wat helemaal onderaan op deze pagina staat. Zo kunnen ook de mensen die geen facebook hebben toch uw reactie lezen!

Hans Vogels, Heemkundekring Helmont

Voor het cultuurhistorische erfgoed van Helmond bestaat steeds meer belangstelling. Toch dreigt veel cultuurgoed in de vorm van gebruiken, taal, gebouwen of historische voorwerpen, verloren te gaan. ‘Heemkundekring Helmont’ tracht dit erfgoed te bewaken en te bewaren voor de toekomst, zodat het ook voor latere generaties in stand gehouden wordt. Heemkundekring Helmont hoopt met de rubriek “Zo waar ut vruuger” niet alleen de belangstelling voor het erfgoed te bevorderen, maar ook het heemwerk extra onder de aandacht te brengen.

Lees meer uit deze rubriek ▼

169 totaal aantal vertoningen, 2 aantal vertoningen vandaag

Laat ook anderen weten wat er speelt in uw eigen wijk!

Dit is niet ok

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *